Tag Archives: vooroordelen

Interview met Yacintha

Door onze hoofdredacteur Ellis

De drieëntwintigjarige Yacintha kampt al een tijdje met depressie. Ze besloot haar eigen depressie bij te houden in dagboekvorm. Zo ontstond haar boek: Dagboek van een (anti)depressivo.

Hoe ben je begonnen met schrijven?
Met het schrijven van dit boek ben ik begonnen in het vliegtuig op vakantie naar de Canarische Eilanden. In eerste instantie begon het als een gedicht over een soort ‘monster’ dat zich in me bevindt. Vrij snel stapte ik toen over op een soort beschouwingen (in het boek te lezen als ‘beginsituatie’). Al vrij snel kwam ik erachter dat je daar geen boek mee kunt vullen en na het schrijven van een fragment ter ‘illustratie’ van die beschouwingen, bedacht ik me dat het interessant is om de ontwikkeling daarin te volgen. Het heeft me uiteindelijk een boek van bijna tweehonderd bladzijden opgeleverd.

Wat beschrijf je in je boek? Hoe voelde het voor jou om alles te kunnen uiten?
In mijn boek heb ik een jaar lang mijn eigen depressie in dagboekvorm beschreven. Dit heb ik gedaan vanuit drie perspectieven: de impact van depressie op mijn dagelijks leven, de zoektocht naar een goede behandeling en de ‘herstelkant’. Ik heb geprobeerd hierin altijd een beetje hoop te laten doorklinken. Daarnaast heb ik veel sarcasme en een beetje humor gebruikt; voor mij zijn dat manieren om het leefbaar te houden, in dit boek was het vooral nodig om het niet één lange klaagzang te laten zijn. Het schrijven van dit boek heeft mij vooral geleerd dat ik schrijven echt heel leuk vind, en dat dat me veel voldoening oplevert. Het schrijven op zich was voor mij op een gegeven moment belangrijker dan het uiten van mijn gevoelens. In de correctiefase heb ik echter wel veel geleerd van het nog eens met een ‘frisse blik’ naar mijn eigen verhaal kijken.

Wat ik het meest spannende vind aan het uitgeven van dit boek, is de vraag hoe de omgeving gaat reageren. Natuurlijk vond ik het spannend toen ik mijn definitieve manuscript had ingeleverd en ik nog groen licht moest krijgen, maar nog veel enger vind ik het dat bijvoorbeeld mijn familie na 30 november weet hoe diep het eigenlijk zat. Het is gewoon heel anders dan het alleen weten dat iemand depressief is; nu krijg je min of meer een kijkje in mijn hoofd.

Wat mag je absoluut niet zeggen tegen iemand die depressief is? 
In mijn ‘carrière’ als depressie-patiënt heb ik al een heleboel voorbij horen komen: “Tja, we hebben allemaal wel eens een mindere periode”, “Misschien moet je toch nog eens iets doen aan hoe je met stress omgaat”, “Ik zou geen medicijnen gebruiken hoor, als het niet echt nodig is…”. Ik wil niet zeggen wat ik het meest vervelend vind, wat ik vooral wil benadrukken is dat mensen moeten proberen te luisteren. Luisteren betekent dat je iemand niet onderbreekt om een waslijst tips te geven, het betekent dat je de tijd neemt om iemand uit te laten praten en zonder oordeel laat zien dat je probeert je te verplaatsen in iemands pijn.

Heb jij hulp gezocht? Was het lastig om die stap te nemen?
Toen ik mijn eerste ernstige depressie beleefde, geloofde mijn toenmalige schoolpsychologe dat ik ‘gewoon’ een trauma had opgelopen van mijn vorige school (waar ik was weggepest). Ik wist toen instinctief dat dat niet klopte, omdat ik bij het weggaan van die school overspannen was en dat heel anders voelde. Bovendien had ik het idee dat mijn sombere gevoel niet zozeer daardoor werd veroorzaakt, en hadden mijn beide ouders in het verleden een depressie, waardoor ze de symptomen herkenden. De depressie die ik in dit boek beleef(de) leek zoveel op de vorige, dat het me heel snel duidelijk werd wat het was.  Eigenlijk is het voor mij altijd heel vanzelfsprekend geweest om hulp te krijgen. Met name doordat mijn ouders al voor mij naar de GGZ gingen toen ik zeven jaar was, ben ik eigenlijk niet anders gewend. Bovendien heb ik een groot deel van mijn schooltijd in het speciaal onderwijs doorgebracht, waar ik ook nog wel eens bij de maatschappelijk werker of psycholoog terechtkwam.

Waarom vind je het belangrijk dat mensen jouw verhaal leren kennen?
Ik vind het belangrijk dat mensen mijn verhaal kennen, omdat ik denk dat het voor een stukje openheid kan zorgen. Depressie, met name de ernstige variant, kent veel taboes. Ook ikzelf laat niet graag het achterste van mijn tong zien, omdat het afschuwelijk pijnlijk kan zijn om sommige woorden over je lippen te krijgen. Juist het erover kan praten kan helpen om de druk van de ketel te halen, en een stukje eenzaamheid verminderen. Daarnaast vind ik het ook belangrijk dat mensen die het niet hebben, weten hoe ingewikkeld het bijvoorbeeld is om een goede behandeling te vinden. Depressie is meestal niet “stop er een pilletje in, buig je gedachten effe om en je bent klaar”. Het is een pijnlijk, uitputtend proces dat soms compleet uitzichtloos lijkt.

Welk fragment is je het meest bijgebleven?
Er zijn een aantal fragmenten die me om verschillende redenen zijn bijgebleven. Zo waren er de fragmenten waarin ik in eerste instantie rouwde om de dood van mijn vader (hij pleegde suïcide kort nadat ik in deze depressie kwam), waar de depressie overheen kwam. Hierin zie ik een soort ‘kluwen-effect’: het versterkt elkaar enorm. Ik ben wat dat betreft dolblij dat ‘het eerste jaar nadat’ achter de rug is. Een ander fragment dat me erg is bijgebleven, is een discussie die ik met een psychiater had. Hij weigerde min of meer een behandeling te geven omdat ik zijn advies – waar ik me gewoon niet in kon vinden – niet had opgevolgd. Aangezien hij op dat moment mijn laatste hoop was, was dat een ongelooflijke klap in mijn gezicht. Ook de fragmenten waarin ik compleet radeloos was, zijn me goed bijgebleven. Als ik die terug lees, verbaas ik me er nog steeds over dat ik blijkbaar een soort ‘drive’ in me heb om er toch doorheen te komen.

Wie zou jouw boek moeten lezen?
Ik denk dat iedereen die op een bepaalde manier met depressie te maken heeft, iets aan mijn boek zou kunnen hebben. Als je er zelf aan lijdt herken je er waarschijnlijk veel in en ervaar je dat je niet de enige bent, als naaste van kan het prettig zijn om beter te snappen wat iemand doormaakt en als professional krijg je een indruk wat het betekent om een behandeling te ondergaan.

Waar haal je voldoening uit?
Het klinkt een beetje flauw, maar op dit moment haal ik de meeste voldoening uit schrijven, en het uitbrengen van dit boek. Helaas kamp ik nog steeds met een depressie, al is het nu (in ieder geval qua ‘fysieke’ somberheid, mijn laatste behandeling heeft de biologische ‘angel’ er deels uitgetrokken) wel wat minder ernstig. Nog steeds is het moeilijk om ergens plezier uit te halen, wat maakt dat ik veel onderneem vanuit het idee “dat ik weet dat dat goed voor me is”. Ik hoop dat dat op termijn nog beter wordt.

Wat zou je tegen andere jongeren met een depressie willen zeggen?
Ik vind het lastig om een tip te geven, omdat ik liever geen clichés verkondig. Het enige wat ik zou willen aanraden, is: luister naar je gevoel. Depressief zijn is zo intens zwaar, dat je soms echt iets anders nodig hebt dan ‘gezonde’ mensen. Afleiding zoeken kan bijvoorbeeld heel fijn zijn, maar als je nooit over je gevoelens praat, stapelt het zich op. Ook het cliché dat je zoveel mogelijk structuur in je dag moet houden klopt tot op zekere hoogte, maar ook hierin moet je naar je gevoel luisteren: als het niet lukt om je ‘normale’ leven voort te zetten omdat je er compleet overprikkeld van raakt, moet je gaan schrappen. De enige die kan bepalen waar de grens ligt, ben jij.

Over het boek
Yacintha’s boek heet ‘Dagboek van een (anti)depressivo’. Het komt uit op 30 november en het is te koop voor €19,99 bij uitgeverij ‘Boekscout’, en een paar dagen later ook via Bol.com.

 

brief aan mezelf

Geschreven door blogger Alicia

Voor het thema van deze maand schreef ik een brief aan mijn tien jaar jongere zelf, een meisje van dertien dat net naar de brugklas ging en aan een nieuwe fase in haar leven begonnen was. Nu, tien jaar later, sta ik op het punt om er weer een af te ronden. Wat zou de dertienjarige Alicia vinden van de Alicia van nu?

Lieve jij,

Ik moet toegeven dat ik niet eens weet of je wil dat ik je zo aanspreek. Of je het fijn vindt om lief genoemd te worden en al helemaal door mij. Ook moet ik toegeven dat ik soms zou willen dat jij hier was in plaats van ik.

Ben je trots op mij? Ben ik de persoon geworden die je voor ogen had? Ik vraag het me af. Ik weet nog dat je zulke mooie plannen had voor de toekomst, maar die zijn niet echt uitgekomen, hè? Baal je daarvan? Ik niet, hoor. Je wilde schrijver worden, grafisch ontwerper en studeren in het buitenland. Je wilde een tussenjaar en een wereldreis, maar verder dan veertig kilometer van je geboorteplaats ben je niet gekomen. Een wereldstad, dat wel, maar toch dichtbij huis. Is dat niet fijn?

Ik weet nog dat je dacht: later komt alles goed. En wat ‘alles goed’ dan was, dat wist jij ook niet. Ik kan je vertellen dat ik dat ook nog steeds denk (‘Als ik later groot ben…’). Nou, daar zijn we dan, tien jaar verder en weet je: het is goed gekomen. Jij weet namelijk wel wie je bent en ook dat, of je nou veel ziet of weinig, je er altijd mag zijn.

Wist je dat ik nu een stok gebruik? Zo’n witte. Maar ik fiets ook nog wel eens, hoor, dus maak je geen zorgen. Soms is het gewoon fijn om even niet voor mezelf te hoeven kijken, al die moeite in de onzinnige straatdetails te steken, zoals stoepen en paaltjes. Ik reis ook alleen met de trein. Ha, dat had je niet gedacht, natuurlijk! Dan is zo’n stok heel fijn, echt waar. Hij geeft je rust en vertrouwen. Dat kan jij misschien nog wel gebruiken.

Als ik aan jou denk, denk ik aan iemand die de mooiste dromen had en de grootste fantasie. Hoe denk jij nu over mij? Zou dat nog steeds zo zijn? Die drie studies die je wilde doen, heb ik niet gedaan. Ik doe er een, maar die kan wel alle verschil maken in de wereld. Jij denkt daar nog niet zo over na, over verschil maken, maar ik weet dat dat kan. Wij kunnen dat, als we maar willen durven. Durf jij?

Ik wil dat je weet dat het niet erg is om niet te durven. Het is prima om soms een stap terug te zetten. Het cliché ‘blijf trouw aan jezelf’ is absoluut waar, heb ik gemerkt. Geloof in je dromen en dan weet ik zeker dat ook jij zult zeggen: Het is helemaal goed gekomen.

Hierom weet ik dat ik je geen succes hoef te wensen.

Liefs,

Je grote ik.

wat als we allemaal wat minder spastisch zouden doen?

geschreven door onze blogger Renske

Toen bekend was wat het thema van deze maand zou worden wist ik meteen dat dit een lastige zou worden. Overwinnen.. van wat? Angsten? Maar daar heb ik het in mijn eerste blog al over gehad. Na brainstormen en een aantal goede ideeën van vrienden besloot ik te schrijven over iets waar we allemaal wel eens tegenaan lopen: vooroordelen.

Vooroordelen zijn overal
Niet alleen als je een beperking hebt loop je aan tegen bepaalde stereotypes of vooroordelen, ik denk dat iedereen daar wel eens last van heeft. Ik denk dat dat iets is dat we met z’n allen moeten proberen te overwinnen. Zou het niet mooi zijn als we niet hoefden te twijfelen over het wel of niet vermelden van een beperking in een sollicitatiebrief? Of bang te zijn om geen huurwoning te kunnen vinden vanwege het hebben van een niet-Nederlandse achternaam, om maar iets heel anders te noemen. Iets waar je geen invloed op hebt, maar wat je leven en kansen in het leven wel beïnvloedt.

Hoe kunnen we invloed uitoefenen op vooroordelen die bestaan over het hebben van een fysieke beperking? Bijvoorbeeld het idee dat je met een fysieke beperking ook wel een verstandelijke beperking zal hebben. Of dat het zelfs maar nodig is om te twijfelen over het delen van je beperking in een sollicitatiebrief, omdat je bang bent dat dit je kansen op de arbeidsmarkt negatief beïnvloedt.

Organisaties als Wij Staan Op komen op voor de rechten van mensen met een beperking. Ik vind het top dat dit soort organisaties opstaan voor gelijke rechten, maar ook jammer. Jammer dat dit nodig is, dat we niet door iets als een huidskleur of beperking heen kunnen kijken.

De oplossing
Tsja, nu heb ik het probleem aan jullie voorgelegd, dit is dan het deel waar ik de perfecte oplossing aandraag. Helaas, die heb ik niet. Ik denk wel dat het allemaal draait om het volgende; wat kun je zelf doen om vooroordelen te verminderen? Het is een enorm cliché, maar verandering begint bij jezelf. Hoe ga jij met vooroordelen om? Bewijs jij het tegendeel? Schik je je naar de vooroordelen, laat je deze misconcepties die de maatschappij van je heeft je leven bepalen?

Zo nee, dan ben je denk ik al op de goede weg. Als we allemaal wat minder zouden geven om wat andere mensen van ons vinden, zouden we het een stuk makkelijker maken voor onszelf. Als werkgevers mensen met een beperking dezelfde kans op een baan zouden geven als mensen zonder, zouden er minder mensen een Wajong uitkering nodig hebben. Tot die tijd ben ik voorstander van het idee om al je zogenaamd zwakkere punten om te draaien in iets positiefs, en alle vooroordelen in de wind te slaan.

Maak het positief
Heb je autisme? Misschien ben jij daardoor wel een super goede data-analist. Ben je spastisch? Dat betekent niet dat je geen kantoorbaan zou kunnen hebben, maar ook kunt werken in de zorg. Met de juiste hulp is dat allemaal mogelijk, dat is ook waar het UWV voor is of zou moeten zijn. Als iedereen wat meer creativiteit en aanpassingsvermogen toont gaat er een wereld voor ons open. Kort gezegd: het zou fijn zijn als we allemaal wat minder spastisch zouden doen. Ik geef toe, moeilijke opgave voor mij ;-), maar ik wil best een poging doen Doe jij mee?

Marlijn & Eva

‘Hoe beleven jongeren met een niet-zichtbare beperking hun adolescentie, de periode tussen puberteit en volwassenheid?’

Deze vraag onderzoeken Eva (26) en Marlijn (25) in hun afstudeeronderzoek. Via interviews hopen zij erachter te komen hoe een aantal 15-25-jarigen het leven ervaren of ervaren hebben in de periode dat zij 15-18 jaar waren.

Door onze redacteur Claudia

‘Wij volgen de Master Ecologische Pedagogiek aan de Hogeschool van Utrecht en wilden met ons afstudeeronderzoek aansluiten bij een stichting,’ vertelt Eva enthousiast. ‘Zo kunnen we onze horizon verbreden en tegelijkertijd concrete tips en adviezen geven waar een stichting gelijk mee aan de slag kan. Na uitgebreid surfen op het internet kwamen we Hoezo Anders op het spoor. Dat sprak ons wel aan!’ ‘Zij zagen het gelukkig ook zitten,’ vult Marlijn aan. ‘Kort nadat we contact opnamen, hadden we al een positief gesprek.’

Hoe kwamen jullie uiteindelijk op dit onderwerp?
Eva: ‘Het onderwerp lieten we van tevoren open. Samen met Hoezo Anders hebben we onderzocht waar zij het meeste behoefte aan hebben. En wat kwam daar uiteindelijk uit? De stichting richt zich op jongeren van 15 tot 18 jaar, maar ze weten voornamelijk twintigplussers te bereiken. 15-18-jarigen zijn lastiger te vinden, terwijl die er ook in grote getalen zijn! Dus het lag voor de hand om ons bezig te houden met deze doelgroep.’

Wat onderzoeken jullie precies in het onderzoek? 
‘Om deze leeftijdsgroep te bereiken, moet je aansluiten op hun belevingswereld,’ legt Marlijn uit. ‘Deze wereld proberen we bloot te leggen in de interviews. We gaan in op wat er afspeelt in hun hoofden. Wat houdt hen bezig? Welke uitdagingen ervaren zij? Dat zijn natuurlijk heel brede vragen, daarom houden we de interviews ook zo open mogelijk. We werken niet met een vooraf vastgestelde vragenlijst, maar gaan in op de onderwerpen die de jongeren zelf aanreiken.’

Denken jullie dat jongeren met een niet-zichtbare beperking deze fase op een andere manier ervaren?
‘Voor iemand met een beperking is de adolescentie misschien nog lastiger dan voor anderen,’ antwoordt Eva. ‘Tijdens deze leeftijdsfase ontdek je wie je bent. Je leert om jezelf te positioneren tegenover de rest van de wereld. Ik kan me goed voorstellen dat jongeren met een handicap of chronische ziekte zich onzeker voelen in deze periode. En dat ze zich er nog sterker bewust van worden dat ze anders zijn en dat mensen rekening met ze moeten houden.’ Marlijn vult aan: ‘Toch proberen we zo onbevooroordeeld mogelijk de interviews in te gaan. Of ons vermoeden al dan niet klopt, zal uit de interviews blijken.’

Hoever zijn jullie ondertussen?
Marlijn: ‘In september 2016 zijn we uit de startblokken gekomen. De eerste maanden hebben we besteed aan een goed doordachte en sterke onderzoeksopzet. Nadat de school deze goedkeurde, hebben we ons verdiept in de literatuur over de adolescentie. Ook dachten we alvast na over de juiste ingrediënten voor een interview. En nu is het zover: we zijn aanbeland in de interviewfase.’

Eline

Door onze hoofdredacteur Lilian

“Ik wil mijn grote rijbewijs halen en karren door heel Europa”

Eline heeft verschillende psychiatrische opnames meegemaakt. Van gesloten afdelingen tot aan de isoleerruimte. Het gaat nu gelukkig weer een stuk beter met Eline. Ze wil haar ervaringen op gaan schrijven, zodat mensen beter kunnen begrijpen hoe die wereld eruit ziet. Ze vertelt haar verhaal anoniem op onze site. 

Kun je iets vertellen over jezelf?
Ik doe veel met muziek, ik schrijf en componeer mijn eigen nummers. Ik gebruik allemaal stijlen door elkaar. Ik heb een paar teksten geschreven op bestaande nummers. Het zijn persoonlijke teksten over wat ik heb meegemaakt. Ik zou ook wel in een bandje willen spelen. Verder werk ik 4 dagen in de week als freelance koerier met mijn eigen bestelbus. Sinds mijn rijbewijs ben ik eigenlijk constant gaan rijden. Op dit moment woon ik begeleid, daarnaast heb ik een deeltijdbehandeling waarbij ik verschillende soorten therapieën krijg.

pills-1326852Je hebt meerdere opnames meegemaakt, hoe kwam dat zo?
Twee jaar geleden liep het niet lekker, ik was klaar met alles. Ik dacht: dan stop ik ermee. Ik heb me toen vrijwillig laten opnemen. De eerste opname was op de gesloten afdeling in Utrecht. Ik ben daar vier á vijf dagen geweest, maar vond het niks aan. Ik ben even thuis geweest, maar even later werd ik weer op een andere locatie opgenomen. Ik had daar een hele kleine kamer en had geen enkele vrijheden, ik mocht niets doen. Ik zei dat het goed ging, want ik wilde er heel graag weg. s ‘Nachts zat ik letterlijk opgesloten, ik kon niet uit mijn kamer.

Voelde het niet als een gevangenis?
Ja, het was echt verschrikkelijk. De ‘bewakers’ liepen ‘s nachts vier rondes, waarbij ze met een zaklamp door een luikje in de deur schenen om te kijken hoe het met je ging. Die verplegers waren wel aardig, die wilden me natuurlijk helpen. Ik ben daar ook begonnen met schrijven en tekenen. Het waren allemaal nog vrijwillige opnames. Ook heb ik veel medicijnen geslikt, ik werd er mee volgestopt: alle ‘pammetjes’ (kalmeringsmiddelen, red.)

Wat heb je nog meer meegemaakt?
Ik ben 13 keer in de isoleercel geweest, waarvan één keer een hele nacht. Het is verschrikkelijk, het is een totaal lege ruimte, je hebt er geen besef van tijd en geen privacy, omdat er camera’s hangen. Het ergste is nog hóé ze je er heen brengen: met vijf man. Later heb ik een IBS (Inbewaringstelling, red.) gekregen voor zes weken, dit was een gedwongen opname. Ik kreeg wel wat vrijheden, zo mocht ik af en toe een half uur naar buiten onder begeleiding. Na de IBS heb ik een RM (rechterlijke machtiging, red.) gekregen. Je krijgt die voor zes maanden of een jaar. Dat betekent dat als het slechter gaat, ze me makkelijk weer kunnen laten opnemen, zonder allerlei omwegen.

Hoe zie je de toekomst?truck-4-1478008
Het werk wat ik nu doe, vind ik erg leuk. Ik vind het fijn om solo te werken, zonder mensen om mij heen. Verder wil ik nog een boek schrijven over de afgelopen twee, drie jaar. Ik heb alleen nog geen idee hoe ik ga beginnen. Met dit interview wil ik een klein opzetje maken door mijn verhaal te doen. Ik wil anderen meegeven hoe
het is om een opname mee te maken en wat je kan verwachten binnen die wereld. Mijn grote droom is om mijn grote rijbewijs te halen en door heel Europa te karren met een vrachtwagen.

Zijn er vooroordelen die moeten worden weggenomen?
Mensen zijn vaak negatief over opnames, maar mensen in die instellingen willen je juist helpen. Natuurlijk kunnen er wel dingen verbeterd worden, zoals dat ze je niet met vijf man als een crimineel komen ophalen. Of dat ze in overleg met je gaan over medicatie en niet zomaar van alles geven. Tenzij je zo ver heen bent…dan moeten ze wel.