Tag Archives: cerebrale parese

een trip ‘down memorylane’

Vorige week hebben jullie in de blog van onze directeur kunnen lezen dat Hoezo Anders na ruim acht jaar ophoud met bestaan. Ik mocht 4,5 jaar deel zijn van dit fantastische team. Dankzij Hoezo Anders heb ik stappen kunnen zetten in mijn eigen ontwikkeling.

Onzekerheid
Juni 2014. Mijn eigen blog was net opgestart toen ik de uitnodiging kreeg om blogger te worden. Er spookten zoveel gedachten door mijn hoofd: ‘schrijf ik hier wel goed genoeg voor?’, ‘kan ik dit wel?’, ‘kan ik wel voldoen aan datgene wat ze van mij verwachten?’. Ook is de slogan van Hoezo Anders natuurlijk: Voor jongeren met een niet-zichtbare beperking of chronische ziekte die hun dromen willen realiseren. Mijn beperking is volgens mij alles behalve niet-zichtbaar. Ik was zó onzeker.

Het eerste contact met de andere vrijwilligers bij Hoezo Anders voelde heel warm. Toch waren mijn eerste blogs voor mijn gevoel niet goed genoeg. Ik was altijd gespannen als ik een blog moest inleveren. Ik vroeg de hoofdredacteur altijd om tips en kreeg dan mooie positieve feedback terug. Ik leerde mijn gevoel onder woorden te brengen. Soms kon ik ook het kwetsbare stukje van mezelf laten zien, zoals in mijn in 2015 geschreven blog: jezelf in de spiegel

Langzaam zag ik mezelf groeien. Ik leerde mijn gevoel op papier te uiten en daardoor te reflecteren op mijn leven. Ik schreef over mijn mislukte zoektocht naar de liefde. De steun die ik kreeg van alle mensen die mijn blog lazen, was hartverwarmend. Binnen de stichting kreeg ik ook zoveel lieve berichten. Ik ben zo dankbaar voor alle lieve woorden!

Hoofdredacteur
Afgelopen jaar kreeg ik de kans om mijn werk naar een hoger niveau te tillen. Ik werd namelijk hoofdredacteur. Weer werd ik onzeker: kon ik dat wel? Was dat niet teveel verantwoording? Tegelijkertijd was ik enorm gemotiveerd om aan de slag te gaan. Terugkijkend op het afgelopen jaar hebben we veel mooie dingen gemaakt en beleefd met onze stichting. Ik ben trots op ‘mijn’ vrijwilligers die toch mooi iedere maand weer toffe blogs schreven. Trots op ‘mijn’ redacteuren die het voor elkaar hebben gekregen om de verhalen van een aantal jongeren op een bijzondere manier in kaart te brengen.

Ik denk dat ik mijn taak zeker goed gedaan heb. Soms moest ik knopen doorhakken, die ik liever niet doorhakte. Soms moest ik even uit mijn comfortzone, zoals bij het Denkandersdebat of het gaan naar nieuwe, onbekende plekken. En toch, stiekem vond ik het best wel heel erg leuk!

En nu?
Het einde nadert… Dat gaat mij niet altijd makkelijk af. Ik denk dat ik straks in een zwart gat val. Ineens heb ik meer tijd over, geen vrijwilligersteam meer om aan te sturen, geen super enthousiaste, lieve Hoezo Anders volgers meer. Ook kan ik straks niet meer regelmatig even onze website afstruinen om alles even te perfectioneren. De deuren gaan wijd open voor een nieuwe uitdaging! Wat blijft zijn de contacten met de mooie, lieve mensen van de stichting. De ervaringen die ik op heb gedaan zullen voor altijd in mijn hart zitten.

Rest mij nog één ding. Lieve, trouwe volgers dank jullie wel! Zonder jullie hadden wij niet kunnen doen, wat wij al die jaren hebben gedaan. Dank jullie wel voor jullie mooie woorden, voor het feit dat ook jullie Hoezo Anders een plekje in jullie leven hebben gegeven. Ik wens jullie een hele mooie toekomst toe!

Mocht je het leuk vinden om mij te blijven volgen: dat kan via mijn facebookpagina of mijn blogs.

Liefs Ellis

wiskunde heb je later écht niet nodig

Geschreven door blogger Renske

Het thema van deze maand is; schrijf een brief aan je jongere zelf. Ik moet toegeven, dit is geen thema waar mijn voorkeur naar uitging, en ik vond het dan ook best lastig om te bepalen wat ik precies zou gaan schrijven. Gelukkig heb ik een zusje die graag even met me wilde brainstormen. Ik zal eerst even schetsen hoe mijn leven er tien jaar geleden uitzag. Ik zat toen in de 2e klas van de havo, en zat niet heel lekker in mijn vel. Wel deed ik toen al aan klimmen, zowel trainingen als wedstrijden, maar alleen regionaal, bij de reguliere competitie.

Doe niet zo eigenwijs
Als eerste zou ik zeggen dat ik toch echt minder eigenwijs moet doen, en dat het hebben van een rolstoel voor dat ene uitje naar Amsterdam met school toch echt handiger zou zijn dan al die kilometers lopen en heel moe thuiskomen. Is het gevreesde toch waar: je moeder heeft altijd gelijk. Maar het duurt nog wel een jaar of vier tot je erachter komt dat de rolstoel er is om je leven makkelijker te maken, niet moeilijker. Als je je energie beter verdeelt, en niet meer ‘verspilt’ aan dingen die je niet leuk vindt, zoals lopen, dan houd je weer meer energie over voor dingen zoals klimmen! Staren doen mensen toch wel, dat wordt niet erger in een rolstoel dan wanneer je loopt.

Maak je maar geen illusies, over 10 jaar ben je zeker nog steeds eigenwijs, maar af en toe stap je toch in die rolstoel, en inmiddels ook wel achter dat ‘ie super handig kan zijn. Bijvoorbeeld als je naar een pretpark gaat, zodat je niet meer halverwege de dag zit te wachten op een bankje omdat een attractie toch te ver lopen is, of wanneer je een weekje naar Rome gaat, zodat je veel meer kunt zien dan mogelijk zou zijn zonder rolstoel.

Paraklimmen
Je vindt klimmen heel leuk om te doen, al frustreert het je wel enorm dat kinderen die jonger zijn dan jij je voorbij klimmen tijdens zowel trainingen als regiowedstrijden. Zo gek is het eigenlijk niet, want zij hebben geen beperking. Ik weet dat je dat niets uitmaakte en dat je evengoed wilt winnen. Over tien jaar wil je nog steeds enorm graag winnen, maar heb je wel eindelijk geleerd dat je klimt voor jezelf, en tegen jezelf.

Je komt er dan achter dat het minstens net zo belangrijk is om plezier te hebben, en dat je dan vanzelf beter gaat klimmen. Met een lach deelnemen aan wedstrijden en tevreden zijn met hoe je hebt geklommen, ongeacht het resultaat; dat kun je je nu vast niet voorstellen, maar over tien jaar lukt het je echt! Over tien jaar is het zelfs zover, het lukt je eindelijk om je eerste 6a te klimmen. Had je niet gedacht hè?!

Tot slot; je zit nu misschien niet lekker in je vel, maar volgend schooljaar zal een stuk beter zijn. Over een paar jaar heb je ook een gezellige vriendengroep, en nog beter; over tien jaar heb je die vrienden nog steeds. Het komt allemaal wel goed!

P.S. Maak je geen zorgen, ondanks wat docenten nu tegen je zeggen; wiskunde heb je later echt niet nodig, laat het na volgend jaar lekker vallen! En je haar laten groeien is geen slecht idee, het staat je goed.

huis, hypotheek en een horrortrap

Geschreven door blogger Renske

Het vinden van een huis is momenteel voor iedereen een grote uitdaging, met de huidige krappe huizenmarkt en beperkte mogelijkheden voor starters is het kopen van een huis vrij lastig. Volgens mij geldt dat ook voor het huren van een huis, waarbij ook aan veel eisen voor wat betreft inkomsten moet worden voldaan. Als je afhankelijk bent van een Wajong-uitkering dan kan het lastig zijn om dit door de bank te laten goedkeuren als een stabiele bron van inkomsten. Niet iedere bank accepteert een Wajong namelijk als inkomstenbron. Wil je een huis kopen (met een Wajong-uitkering)? Het belangrijkste is om je goed te laten adviseren. Vorig jaar ben ik gaan samenwonen met mijn vriend en hebben we samen een huis gekocht. In deze blog lees je hoe dat ging.

De locatie
Natuurlijk een belangrijke vraag om te beantwoorden als je een huis gaat kopen is: waar wil ik wonen? Voor ons was de locatie al snel besloten: Zaandam. Dit is handig voor mijn vriend, aangezien hij slechtziend is en al zijn hele leven in Zaandam woont. Hier kent hij dus de weg en weet hij alles te vinden. Voor mij is Zaandam ook een handige plek om te wonen, omdat dit veel centraler ligt dan het dorp waar ik eerst woonde, waardoor reizen naar verschillende klimhallen veel minder tijd kost.

Het huis
Als de locatie eenmaal bepaald is kan de zoektocht naar een huis pas echt beginnen. Voor ons begon dat, zoals voor de meeste mensen denk ik, met een bezoekje aan de hypotheekadviseur. In eerste instantie bleek dat we niet genoeg inkomen zouden hebben omdat mijn Wajong niet werd meegerekend als inkomen. Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een andere hypotheekadviseur, die wel een bank vond die akkoord zou gaan met een Wajong-uitkering als inkomstenbron.

We hadden al een huis op het oog, en gelukkig bleken we dit huis ook te kunnen betalen. We boden, kregen een tegenbod , boden weer, en het bod werd geaccepteerd. Super fijn! Maar toen kon het echte regelen beginnen. Als je samen een huis gaat kopen moet je een samenlevingscontract met elkaar aangaan. Of trouwen, of een geregistreerd partnerschap, dat kan natuurlijk ook. Wij kozen voor een samenlevingscontract. Na een eerste gesprek bij de notaris werd het samenlevingscontract opgesteld. Deze hebben we vervolgens op dezelfde dag getekend als het koopcontract. Omdat Leander slechtziend is werd het volledige samenlevingscontract en koopcontract voorgelezen. De verkoper van het huis was wel verbaasd toen hij hoorde dat het tekenen van het contract even zou duren! Drie uur later stonden we weer buiten, met de sleutels van ons nieuwe huis. Het klussen kon beginnen!

Aanpassingen
Er moest nog aardig wat veranderen voordat we daadwerkelijk in ons huis konden gaan wonen. Naast dingen zoals een nieuwe vloer en keuken, hebben we ook een aantal niet zo vanzelfsprekende dingen in ons huis aangepast, zodat het precies past bij wat wij nodig hebben. Toen we het huis gingen bezichtigen zat er bijvoorbeeld een echte horrortrap in: zo eentje die heel steil is, zonder leuningen en met smalle treden. Niets voor mij! Gelukkig heb ik een super handige opa, die een nieuwe trap heeft gemaakt, met bredere treden, minder steil en met twee leuningen. Dit garandeert bijna dat ik nooit van de trap zal vallen (want je weet het nooit natuurlijk). Daarnaast heeft mijn schoonvader een nieuwe badkamer met wc gebouwd (onmisbaar als je een huis koopt, al die handige mensen)!

Voor Leander is het erg fijn dat we goede verlichting hebben en witte muren, zodat hij alles zo goed mogelijk kan zien. Daarnaast helpt het hem om een opgeruimd huis te hebben. Tja, daar zullen we toch echt zelf voor moeten zorgen! We wonen hier inmiddels een jaar, en zijn super blij met ons op maat gemaakte huisje.

het juiste huisje op het juiste moment

Geschreven door hoofdredacteur & blogger Ellis

De wens om uit huis te gaan heb ik nu ongeveer 4 jaar. Nu hoor ik je denken, als je al vier jaar uit huis wilt, waarom heb je dat dan nog steeds niet gedaan? Uit huis gaan is voor mij, net als voor veel anderen, niet zo makkelijk…

Praktische keuzes
Toen ik begon met de stap ‘uit huis gaan’, schreef ik me eerst in bij de woningbouw en zette ik eerst allerlei dingen op een rijtje. Wat maakt mij tot wie ik ben? Welke invloed heeft dat op Ik ben opgegroeid op een dorp in een rustige, groene omgeving. Ik ben een buitenmens, ik houd van mijn rust en vrijheid. Ook vind ik het heerlijk om te relaxen in mijn tuin of bezig te zijn met tuinieren Daardoor weet ik ook al zeker dat ik niet in de drukte van de stad wil wonen. Van mezelf weet ik dat ik niet gelukkig wordt in een appartement op 3 hoog. Dus ook dat is duidelijk.

Rekening houden met mijn CP
Stiekem is er natuurlijk nog steeds dat stukje wat bij mij hoort, die Cerebrale Parese. Ook daar moet ik rekening mee houden in mijn zoektocht naar het juiste huisje. Het juiste huisje, wat is dat voor mij? Mijn wens is een klein, maar ruim huisje met redelijke tuin. Aandachtspunten vanwege mijn CP zijn bijvoorbeeld: een open keuken, waardoor ik voldoende ruimte heb om op mijn zadelkruk aan het aanrecht te werken. Belangrijk zijn voor mij ook: een niet te steile/ raar draaiende trap of een slaapkamer beneden en een ruime badkamer.

Het juiste moment
Niet alleen het huisje zelf is belangrijk. Ook het moment is belangrijk. Dat is soms moeilijk te timen, bijvoorbeeld als je op zoek bent naar een huurhuis. Voor mij is dat juist belangrijk in mijn proces. Ik heb veel meegemaakt, waardoor het voor mij rustiger is om stap voor stap te werken. Ik houd zelf namelijk erg vast aan mijn gewoontes, aan het vertrouwde en mijn ritme. Vorig jaar kreeg ik een huisje aangeboden, maar voor mij kwam het huisje precies op het verkeerde moment.  Hierdoor raakte ik in paniek; ik kon de stap niet maken.

Luisteren, afwachten, voelen & beslissen
Ik denk dat het, als jij ook op zoek bent naar een huisje, vooral belangrijk is dat je luistert naar jouw eigen wensen. Natuurlijk is het belangrijk dat je de haalbaarheid bekijkt, afhankelijk van jouw situatie. Vervolgens is het afwachten geblazen tot het juiste huisje komt. Voel dan of alle voorwaarden kloppen en het juiste moment daar is. Zo staat niets je meer in de weg om de knoop door te hakken, over het huisje te beslissen en op weg te gaan naar een nieuwe toekomst!

hoe het is om op te groeien met een zus*

geschreven door Jitske, het zusje van onze blogger Renske

*Ja ze heeft een handicap maar eigenlijk is ze voor mij gewoon mijn zus

We zijn thuis met drie zussen, ik ben de middelste en mijn oudere zus Renske heeft Cerebrale Parese en is daardoor spastisch. Het opgroeien met een gehandicapte zus was eigenlijk heel normaal voor mij, het wordt pas uniek als je een andere familie hebt om de jouwe aan te vergelijken. Zoals iedereen met een broer of zus wel weet, kan het opgroeien met ze zowel mooi als frustrerend zijn. Maar wat is nou het verschil tussen opgroeien met een gehandicapte zus of opgroeien met een ‘normale’ zus? Ik zal jullie wat vertellen over mijn ervaringen met het eerste.

Langzamer fietsen
Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat iemand mij ooit heeft uitgelegd dat Renske een handicap heeft. Het was gewoon zo, en als mensen vroegen “Wat is er mis met haar?” dan zei ik: “uh ja ze loopt gewoon een beetje raar, dat is gewoon altijd al zo”. Zo was het opgroeien met Renske ook voor mij; een vanzelfsprekendheid. Toch was het af en toe een uitdaging, en ik denk vooral voor mijn ouders. Omdat er maar drie jaar tussen ons zit en Renske zich fysiek wat langzamer ontwikkelde kwamen we soms qua fysieke vaardigheden dicht bij elkaar in de buurt. Mijn ouders hebben mij dan ook soms wat afgeremd, bijvoorbeeld door langer dan gemiddeld te wachten met me leren fietsen. Zodat Renske de tijd had om dit vóór mij te kunnen.

Niet-perfectionisme versus perfectionisme
Dingen beter of sneller kunnen dan Renske heeft bij mij gezorgd voor een dubbelzijdige frustratie. Enerzijds wilde ik snel leren zwemmen net als mijn leeftijdsgenoten, anderzijds was het frustrerend voor Renske dat ik bij haar in de groep zat met zwemmen. Natuurlijk was dit enorm frustrerend voor haar, maar misschien minder voor de hand liggend was dat dit voor mij ook lastig was. Menig keer heb ik ’s avonds wakker gelegen van een schreeuwende zus uit frustratie, waarbij het altijd eindigde in: “Maar het is oneerlijk want Jitske kan alles perfect!”. En eigenlijk wilde ik dan zeggen dat ik daar ook niks aan kon doen, en als het zou kunnen ik graag ook een stukje handicap over wilde nemen. Misschien lag er dan ook minder druk op. Eigenlijk is zo mijn behoefte ontstaan om gezien te worden als niet perfect mens, want ik geloof überhaupt dat niemand perfect is of kan zijn.

Dan over een ander deel van opgroeien: mijn ouders, hoewel ik ze niet altijd even lief vond als nu kan ik wel met redelijk vertrouwen zeggen dat ze experts zijn in het verdelen van hun aandacht. Ik heb als kind nooit gedacht dat ze Renske meer aandacht gaven omdat ze haar liever vonden, ik wist dat het daar niet om ging. Soms was het natuurlijk wel moeilijk. Ik heb mijn eigen problemen wel eens weggecijferd omdat ik het voor mijn ouders niet moeilijker wilde maken. Misschien heeft dit ook bijgedragen aan mijn perfectionisme en de druk die ik op mezelf leg om alles goed te kunnen, maar het kunnen natuurlijk ook gewoon de genen zijn, hè mam?

Maar wat leer je er nou eigenlijk van?
Naast de moeilijkheden van het hebben van een gehandicapte zus zijn er natuurlijk ook fantastische voordelen! Eerst het meest concrete: gratis toegang als ‘begeleider’ in museums en pretparken, altijd een mega grote paskamer in drukke winkels, kortere rijen, je hebt altijd door of een locatie rolstoeltoegankelijk is, etc. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat het ook invloed heeft op verschillende eigenschappen: empathie, verantwoordelijkheidsgevoel, meer of sneller onafhankelijk van je ouders zijn en veerkrachtigheid. Dit merk ik ook aan ons jongere zusje, die net als iedereen in ons gezin zonder zich dit te beseffen een pas langzamer loopt als Renske erbij is.

Mijn conclusie is dan ook dat we gewoon “normale” zussen zijn, we maakten vaak ruzie maar houden ook onvoorwaardelijk van elkaar. Ik moest misschien enerzijds iets sneller opgroeien met iets minder hulp van mijn ouders en anderzijds soms afgeremd worden, maar zelf heb ik daar geen last van gehad. Ik had veel meer last van haar frequente emotionele uitbarstingen in de puberteit, die ik niet kon begrijpen omdat onze persoonlijkheden zo van elkaar verschillen. Nu we niet meer bij elkaar in huis wonen kunnen we ondanks onze verschillen in persoonlijkheid een stuk beter met elkaar overweg, zoals dat bij niet-gehandicapte zussen denk ik ook het geval is. Maar nogmaals, ik heb daar geen ervaring mee 😉

Tiende plaats op het WK – een grote overwinning op mezelf

Van 6 tot 16 september vond het WK klimmen plaats in Innsbruck. Tegelijk was Innsbruck het toneel van het WK paraklimmen, klimmen voor mensen met een beperking. Eerder schreef ik al een blog over de wedstrijdzenuwen waar ik altijd last van heb. Dat was dit WK dan ook mijn grootste uitdaging: beter omgaan met zenuwen, en tevreden zijn met hoe ik heb geklommen in plaats van de focus op resultaat. Of dat gelukt is lees je in dit artikel.

Classificatie
De classificatie van klimmers met een beperking zal altijd een lastig onderdeel blijven van de sport. Zeker in de categorie waarin ik deelneem – neurologische aandoeningen – is er breed, en de eisen hiervoor worden vrij vaag omschreven in de regels. Geen wonder dus dat de beperkingen van sporters in mijn categorie ver uit elkaar liggen. Het is daardoor ook lastig om prestaties van verschillende klimmers met elkaar te vergelijken. Toch is dat wat je per definitie doet tijdens een wedstrijd.

Zelf ben ik groot voorstander van het idee dat iedere klimmer voor elk WK opnieuw medisch gekeurd moet worden, om te bepalen of de huidige categorie nog volstaat. Helaas kost dat heel veel tijd (en geld), dus is dit niet iets dat momenteel wordt gedaan.

Kwalificatie en finale
De wedstrijd zelf bestaat uit twee kwalificatie- en een finaleroute. De kwalificaties werden gehouden in Kletterzentrum Innsbruck, een prachtige klimhal die is gebouwd met het WK in het achterhoofd, met een enorme wedstrijdwand, waar de kwalificaties plaatsvonden. De ochtend voor de kwalificaties was ik eg zenuwachtig. Er waren nog wat last-minute wijzigingen in mijn categorie, waardoor ik nog wat meer last van zenuwen kreeg.

Vlak voordat ik moest gaan klimmen bedacht ik me echter: “er zitten een aantal dames in mijn categorie die beter bewegen dan ik. De kans is groot dat ik de finale niet ga halen, dus ik kan er het beste maar alles van maken dat ik hier op dit moment sta.” Dat was echt een goede zet, dit heeft er precies op het juiste moment voor gezorgd dat ik zin had om keihard te klimmen, alles eruit te halen dat erin zat.

Gelukkig is dat me ook gelukt, ik heb alles gegeven en ben tevreden over hoe ik in beide kwalificatieroutes heb geklommen. Dat was echt lang niet genoeg voor een finaleplaats (de beste vier gingen door, ik eindigde op plaats 10), maar daar ging het dan ook niet om dit keer. De belangrijkste overwinning voor mij dit WK is dat ik tevreden ben en met een glimlach naar beneden kwam. Tuurlijk, ik baal net zo erg als vorige keer dat ik de finale niet heb behaald.

Het verschil is alleen dat ik nu weet dat ik alles eraan heb gedaan, en dat dit helaas niet genoeg was. Ik heb leren omgaan met mijn zenuwen en focus op resultaat. Dat maakt me een betere klimmer (en een gezelliger persoon om mee op reis te gaan, aldus mijn teamgenoot, Fedde).

Foto: Berber Brouns

wat als we allemaal wat minder spastisch zouden doen?

geschreven door onze blogger Renske

Toen bekend was wat het thema van deze maand zou worden wist ik meteen dat dit een lastige zou worden. Overwinnen.. van wat? Angsten? Maar daar heb ik het in mijn eerste blog al over gehad. Na brainstormen en een aantal goede ideeën van vrienden besloot ik te schrijven over iets waar we allemaal wel eens tegenaan lopen: vooroordelen.

Vooroordelen zijn overal
Niet alleen als je een beperking hebt loop je aan tegen bepaalde stereotypes of vooroordelen, ik denk dat iedereen daar wel eens last van heeft. Ik denk dat dat iets is dat we met z’n allen moeten proberen te overwinnen. Zou het niet mooi zijn als we niet hoefden te twijfelen over het wel of niet vermelden van een beperking in een sollicitatiebrief? Of bang te zijn om geen huurwoning te kunnen vinden vanwege het hebben van een niet-Nederlandse achternaam, om maar iets heel anders te noemen. Iets waar je geen invloed op hebt, maar wat je leven en kansen in het leven wel beïnvloedt.

Hoe kunnen we invloed uitoefenen op vooroordelen die bestaan over het hebben van een fysieke beperking? Bijvoorbeeld het idee dat je met een fysieke beperking ook wel een verstandelijke beperking zal hebben. Of dat het zelfs maar nodig is om te twijfelen over het delen van je beperking in een sollicitatiebrief, omdat je bang bent dat dit je kansen op de arbeidsmarkt negatief beïnvloedt.

Organisaties als Wij Staan Op komen op voor de rechten van mensen met een beperking. Ik vind het top dat dit soort organisaties opstaan voor gelijke rechten, maar ook jammer. Jammer dat dit nodig is, dat we niet door iets als een huidskleur of beperking heen kunnen kijken.

De oplossing
Tsja, nu heb ik het probleem aan jullie voorgelegd, dit is dan het deel waar ik de perfecte oplossing aandraag. Helaas, die heb ik niet. Ik denk wel dat het allemaal draait om het volgende; wat kun je zelf doen om vooroordelen te verminderen? Het is een enorm cliché, maar verandering begint bij jezelf. Hoe ga jij met vooroordelen om? Bewijs jij het tegendeel? Schik je je naar de vooroordelen, laat je deze misconcepties die de maatschappij van je heeft je leven bepalen?

Zo nee, dan ben je denk ik al op de goede weg. Als we allemaal wat minder zouden geven om wat andere mensen van ons vinden, zouden we het een stuk makkelijker maken voor onszelf. Als werkgevers mensen met een beperking dezelfde kans op een baan zouden geven als mensen zonder, zouden er minder mensen een Wajong uitkering nodig hebben. Tot die tijd ben ik voorstander van het idee om al je zogenaamd zwakkere punten om te draaien in iets positiefs, en alle vooroordelen in de wind te slaan.

Maak het positief
Heb je autisme? Misschien ben jij daardoor wel een super goede data-analist. Ben je spastisch? Dat betekent niet dat je geen kantoorbaan zou kunnen hebben, maar ook kunt werken in de zorg. Met de juiste hulp is dat allemaal mogelijk, dat is ook waar het UWV voor is of zou moeten zijn. Als iedereen wat meer creativiteit en aanpassingsvermogen toont gaat er een wereld voor ons open. Kort gezegd: het zou fijn zijn als we allemaal wat minder spastisch zouden doen. Ik geef toe, moeilijke opgave voor mij ;-), maar ik wil best een poging doen Doe jij mee?

van aanklikfiets tot chocola

mijn recept voor een geslaagde vakantie

Geschreven door onze blogger Renske

Het is alweer juli, tijd voor vakantie! Voor mij nog even niet, want ik werk in juli en augustus, en heb dan in september vakantie. De eerste week van september heb ik alle tijd om lekker uit te rusten, de tweede week ga ik naar Oostenrijk om te knallen op het WK klimmen. Vroeger ging ik, zoals de meeste mensen, op vakantie met mijn ouders. En dat was dan geen een stap-in-de-auto-kom-aan-op-de-camping-en-relax vakantie. Nee, mijn ouders zijn sportief, en houden van actieve vakanties. We gingen dus op fietsvakantie. Benieuwd hoe dat verliep? Lees dan vooral verder.

De aanklikfiets
Na uitvoerig onderzoek (bedankt voor het chaotische interview van 2 minuten, pap) kwam ik erachter dat mijn ouders zich hebben afgevraagd: hoe kunnen we actief op vakantie, zonder dat het teveel energie kost? De oplossing diende zich aan in de vorm van een aanklikfiets. Inderdaad, letterlijk een fiets die je aan een andere fiets vast ‘klikt’. Op die manier kon ik ‘mee trappen’ met mijn moeder, maar ook uitrusten wanneer nodig. Na een aantal jaar ben ik wel zelf gaan fietsen, op een mountainbike met een hoop versnellingen, die me de heuvels op hielpen in Zweden.

Nu zie ik je denken, fietsvakantie, is dat wel zo’n goed idee als je spastisch bent? Zeker weten! Bewegen is goed voor iedereen, of je dat nou makkelijk afgaat of niet. En er zijn zoveel mooie plekken in de wereld die je naar mijn idee het beste ervaart als je door het landschap fietst (of loopt) in plaats van met de auto rijdt.

Mooiste en meest vermoeiende wandeling ooit
Wat misschien minder goed voor mijn lichaam was, was die keer dat ik met mijn moeder en zusjes in Noorwegen een bergwandeling maakte van 11 uur. De man in het VVV-kantoor had aangegeven dat de wandeling goed te doen zou zijn voor kinderen. Maar ja, op mijn tempo duurt alles nou eenmaal net iets langer. En hoewel ik dat op dat moment zeker niet vond, kan ik nu wel zeggen dat die wandeling een geweldige ervaring was, die ik niet had willen missen.

Was het zwaar? Ja. Heb ik die dag veel te veel gedaan? Ja. Maar het was het zeker waard. Ik moet zeggen, het was een stuk minder leuk geweest als mijn moeder en zusjes me er niet doorheen gesleept hadden, met veel liedjes, gezelligheid, het prachtige uitzicht en de chocola. Zonder die chocola en vooruit, zonder hun hulp, had ik het misschien niet volgehouden.

Ga voor de vakantie die bij jou past
Over het algemeen denk ik dat op vakantie gaan met een beperking niet heel anders hoeft te zijn dan zonder beperking. Tuurlijk, misschien moet je een aantal dingen aanpassen, misschien kun je beter het een kiezen dan het ander. Doe je graag iets actiefs? Kijk dan naar actieve vakanties, plan het op een manier die jij fijn vindt, bijvoorbeeld met rustdagen, en vergeet niet te genieten. Houd je van een strandvakantie? Helemaal goed, zorg dat je niet verbrand 😉 Zolang je maar iets doet dat je leuk vindt om te doen, met mensen die je helpen, af en toe meeslepen en begrijpen, dat is het allerbelangrijkste.

socializen is niet makkelijk

Door onze gastblogger Amber

Dat opgroeien met een beperking of handicap lastig is, weet bijna iedereen. Toch word het soms onderschat, het kan je leven enorm veranderen. Ikzelf ben geboren met cerebrale parese, hoewel het iets lichamelijks is, heb ik er ook geestelijk veel last van. Vooral als jong meisje heeft het veel invloed om me gehad.

De peuterspeelzaal en de eerste jaren van de basisschool waren geweldig, de andere kinderen kende ik al vanaf mijn geboorte en er waren nooit vragen waarom ik een beetje ‘anders’ was. Dit veranderde met de verhuizing, nieuw dorp, nieuw huis, nieuwe school… en daar ging het fout. Ik kwam terecht in een hecht klasje en werd niet geaccepteerd, er werden mij allerlei vragen gesteld die ik niet kon beantwoorden. Ik had geen idee hoe ik ermee om moest gaan, werd uitgelachen om mijn aangepaste schoenen en raakte geïsoleerd. De basisschool was een kleine hel, waar ik geen vrienden had. Als de anderen kinderen woensdag middag bij elkaar gingen spelen, ging ik naar therapie en miste zo het hele sociale gebeuren.

Een nieuwe start?
Ik was blij toen ik eindelijk naar de brugklas kon, een nieuwe start, nieuwe kinderen en vooral: geen vooroordelen. Helaas verliep het niet zoals ik had gehoopt. Door alles wat ik al had meegemaakt had ik enorm veel moeite om überhaupt een gesprek te beginnen, het gebrek aan zelfvertrouwen en mijn introverte aard maakte alles nog moeilijker. In het tweede leerjaar van het vmbo-t kwam het dieptepunt, ik was eindelijk eerlijk tegen mijn moeder over wat er allemaal passeerde als ik bij mijn vader was. De vriendin van mijn vader sloeg mij, accepteerde mijn handicap niet en boorde mijn zelfvertrouwen volledig de grond in. Jarenlang wist ik niet beter.

Toen de grootste schok voorbij was, begon een periode met een hoop therapie, traumatherapie, sociale therapie en vooral veel praten. Ik heb heel veel steun gehad aan mijn moeder, mijn therapeute maar ook aan mijn mentor op school. De band met mijn moeder werd nog hechter dan deze al was, ik zou niet weten wat ik zonder haar zou moeten. Toch heb ik nog iedere dag last van alles wat er gebeurd is, ik vertrouw niet snel mensen en op iemand afstappen is nog steeds verschrikkelijk eng en moeilijk. Maar ik ben er sterker uitgekomen, ik kan er nu over praten zonder té geëmotioneerd te raken en ik heb veel geleerd van dit alles.

Luister niet naar vooroordelen, maar geloof in jezelf
Na het vmbo-t heb ik nog twee jaar havo gedaan, de leukste jaren van mijn leven! Ik ontmoette mensen waar ik wél tussenpas, die mij leuk vinden om wie ik ben en geen vooroordelen kennen. Beter een paar goede vrienden dan een heleboel die toch niet om je geven als het erop aankomt.  Het heeft even geduurd, maar ik voel me waardevol. ik ben er nog niet, maar ik doe mijn best…

een drama in daten

Geschreven door onze blogger Ellis

Relaties, of het nou met je vrienden, familie is of met je professionele hulpverleners: je ziet ze overal en je hebt ze met iedereen. En natuurlijk heb je ook een relatie met je partner. Nouja, dan moet je wel een partner hebben…

Verschillende manieren een partner te ontmoeten
Tegenwoordig zijn er verschillende manieren om een partner te leren kennen. Je hebt datingsites, maar ook apps als Tinder (of is die alweer “uit”?). Leuk om dan online een beetje te kunnen praten met elkaar. Maar vertel je dan dat je een beperking hebt of verzwijg je dat? Als het echt iets wordt tussen jullie, ga je elkaar uiteindelijk echt ontmoeten. Dan is het een kwestie van veel gesprekken en elkaar leren kennen, waardoor je (en misschien je toekomstig partner) er vertrouwder mee raakt.  Dat is in ieder geval de theorie.

Grappig dat ik dit zeg, want ik ben helemaal niet zo’n held als het om relaties gaat. Ik ben er heel onzeker over. Vaak denk ik dat de ander toch wel op mij afknapt. Er zijn toch genoeg anderen zonder beperking. Anderen die vaak wel leuker zijn dan ik, toch?! Eigenlijk doe ik dan mezelf te kort, want ook ik mag er zijn. Wat heb je aan een partner als hij jouw beperking niet accepteert? Vrij weinig denk ik. Maar doet een beperking er toe als het echte liefde is?

Op date gaan
Ik moet veel nadenken over de toegankelijkheid van dingen die we gaan doen op date. Ik heb ondervonden dat het voor mij niet handig is om uit eten te gaan op de eerste date. Waarom? Ik ben spastisch. Hilarisch is het wel als mijn arm ineens denkt: “yes, we gaan even fun maken!” tijdens het eten. Door de spanning van zo’n eerste date kan dat extra getriggerd worden. Ik wil natuurlijk niet dat het eten van mijn bord vliegt.

Ook ben ik wel eens voor het eerst op date geweest met iemand, waarbij hij voorstelde te gaan wandelen. Halverwege besloot mijn rechterbeen niet meer mee te werken en achter mijn linkerbeen haakte. Toen was het natuurlijk BOEM! We schoten toen beiden heel hard in de lach, maar eigenlijk dacht ik: “verdorie niet weer”. Het is wel een beetje ongemakkelijk dan hoor! Of die keer dat ik op een soort van date ging door met iemand te gaan in de regen mountainbiken en toen een dikke boomstronk over het hoofd zag. Tja, denk dat je wel raad wat er gebeurd is…

Ik ben nog niet vaak op date geweest, waarschijnlijk om bovenstaande redenen. Maar ook omdat ik het vaak nog niet aandurf. Op een date gaan met mij kan dus een bijzondere ervaring zijn. Gelukkig zijn er ook dingen die ik gewoon kan zoals ieder ander: gewoon een drankje doen, bowlen of naar de bios is een optie. Dus welke leuke man biedt zich aan? ?

Drama in daten
Het is een kwestie van tijd tot de echte ‘soulmate’ er is. Degene waarvan mijn hart sneller gaat kloppen, degene die me accepteert en leuk vind om wie ik ben. En een drama in daten? Misschien vindt mijn toekomstige partner dat juist wel hartstikke leuk. Dat extraatje maakt iemand toch juist extra speciaal!

Foto: Sera Roth