tweet

blogs

hoe het is om op te groeien met een zus*

geschreven door Jitske, het zusje van onze blogger Renske

*Ja ze heeft een handicap maar eigenlijk is ze voor mij gewoon mijn zus

We zijn thuis met drie zussen, ik ben de middelste en mijn oudere zus Renske heeft Cerebrale Parese en is daardoor spastisch. Het opgroeien met een gehandicapte zus was eigenlijk heel normaal voor mij, het wordt pas uniek als je een andere familie hebt om de jouwe aan te vergelijken. Zoals iedereen met een broer of zus wel weet, kan het opgroeien met ze zowel mooi als frustrerend zijn. Maar wat is nou het verschil tussen opgroeien met een gehandicapte zus of opgroeien met een ‘normale’ zus? Ik zal jullie wat vertellen over mijn ervaringen met het eerste.

Langzamer fietsen
Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat iemand mij ooit heeft uitgelegd dat Renske een handicap heeft. Het was gewoon zo, en als mensen vroegen “Wat is er mis met haar?” dan zei ik: “uh ja ze loopt gewoon een beetje raar, dat is gewoon altijd al zo”. Zo was het opgroeien met Renske ook voor mij; een vanzelfsprekendheid. Toch was het af en toe een uitdaging, en ik denk vooral voor mijn ouders. Omdat er maar drie jaar tussen ons zit en Renske zich fysiek wat langzamer ontwikkelde kwamen we soms qua fysieke vaardigheden dicht bij elkaar in de buurt. Mijn ouders hebben mij dan ook soms wat afgeremd, bijvoorbeeld door langer dan gemiddeld te wachten met me leren fietsen. Zodat Renske de tijd had om dit vóór mij te kunnen.

Niet-perfectionisme versus perfectionisme
Dingen beter of sneller kunnen dan Renske heeft bij mij gezorgd voor een dubbelzijdige frustratie. Enerzijds wilde ik snel leren zwemmen net als mijn leeftijdsgenoten, anderzijds was het frustrerend voor Renske dat ik bij haar in de groep zat met zwemmen. Natuurlijk was dit enorm frustrerend voor haar, maar misschien minder voor de hand liggend was dat dit voor mij ook lastig was. Menig keer heb ik ’s avonds wakker gelegen van een schreeuwende zus uit frustratie, waarbij het altijd eindigde in: “Maar het is oneerlijk want Jitske kan alles perfect!”. En eigenlijk wilde ik dan zeggen dat ik daar ook niks aan kon doen, en als het zou kunnen ik graag ook een stukje handicap over wilde nemen. Misschien lag er dan ook minder druk op. Eigenlijk is zo mijn behoefte ontstaan om gezien te worden als niet perfect mens, want ik geloof überhaupt dat niemand perfect is of kan zijn.

Dan over een ander deel van opgroeien: mijn ouders, hoewel ik ze niet altijd even lief vond als nu kan ik wel met redelijk vertrouwen zeggen dat ze experts zijn in het verdelen van hun aandacht. Ik heb als kind nooit gedacht dat ze Renske meer aandacht gaven omdat ze haar liever vonden, ik wist dat het daar niet om ging. Soms was het natuurlijk wel moeilijk. Ik heb mijn eigen problemen wel eens weggecijferd omdat ik het voor mijn ouders niet moeilijker wilde maken. Misschien heeft dit ook bijgedragen aan mijn perfectionisme en de druk die ik op mezelf leg om alles goed te kunnen, maar het kunnen natuurlijk ook gewoon de genen zijn, hè mam?

Maar wat leer je er nou eigenlijk van?
Naast de moeilijkheden van het hebben van een gehandicapte zus zijn er natuurlijk ook fantastische voordelen! Eerst het meest concrete: gratis toegang als ‘begeleider’ in museums en pretparken, altijd een mega grote paskamer in drukke winkels, kortere rijen, je hebt altijd door of een locatie rolstoeltoegankelijk is, etc. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat het ook invloed heeft op verschillende eigenschappen: empathie, verantwoordelijkheidsgevoel, meer of sneller onafhankelijk van je ouders zijn en veerkrachtigheid. Dit merk ik ook aan ons jongere zusje, die net als iedereen in ons gezin zonder zich dit te beseffen een pas langzamer loopt als Renske erbij is.

Mijn conclusie is dan ook dat we gewoon “normale” zussen zijn, we maakten vaak ruzie maar houden ook onvoorwaardelijk van elkaar. Ik moest misschien enerzijds iets sneller opgroeien met iets minder hulp van mijn ouders en anderzijds soms afgeremd worden, maar zelf heb ik daar geen last van gehad. Ik had veel meer last van haar frequente emotionele uitbarstingen in de puberteit, die ik niet kon begrijpen omdat onze persoonlijkheden zo van elkaar verschillen. Nu we niet meer bij elkaar in huis wonen kunnen we ondanks onze verschillen in persoonlijkheid een stuk beter met elkaar overweg, zoals dat bij niet-gehandicapte zussen denk ik ook het geval is. Maar nogmaals, ik heb daar geen ervaring mee 😉